Enthousiast

image

Ze is vanmorgen op boerderijklas vertrokken. Haar buik kriebelde en haar mond stond niet stil. Ik wandelde mee tot aan het station om haar uit te wuiven en ik beet op mijn tanden.  De zon scheen, de lucht geurde naar lente en er liep een klas uitgelaten kinderen naast mij…Ik kon toch moeilijk die tranen de vrije loop laten?  Wat wordt ze groot.

Advertenties

De donder en de bliksem

Ik ben echt nooitvanzeleven bang geweest van onweer. Ik vind onweer de max. In één van mijn jeugdherinneringen staan mijn papa, mijn broer en ik op een zomerse avond in het deurgat. Net niet in de regen, naar buiten te kijken naar de bliksems. Nog mooier zijn bliksems ’s nachts. Prachtig gewoon.

Ik wilde mijn dochter dat graag meegeven. En als moeder en vader niet bang zijn van onweer dan is het voor een kind ook evident dat dat niks is om bang voor te zijn.

Tot vorige week…ze kwam van school en er kwam in een grote gulp uit…dat de bliksem een trapje is en dat dat veel lawaai maakt en dat je huisje dan in brand staat…

 Dat had de juf haar nu niet moeten leren.

 

 

Net uit bad, luisteren naar de wolkjes die botsen.

Oudercontact

Vandaag ging ik naar mijn eerste oudercontact.

De juf zat aan de ene kant van het tafeltje op een kleuterstoeltje en ik aan de anderen kant, ook op een ministoeltje.

Voeten op de grond.

Mijn supermeisje is ook maar een gewoon meisje. Eentje die duidelijk van het einde van het jaar is en nog erg jong. Ze ruimt erg flink op (hè?!) en gaat helemaal op in de weekthema’s. Maar ze durft wel eens kindjes slaan. Deze week heeft ze twee instappertjes in het peuterklasje gekrabt. Daarvoor is ze zelfs een half uurtje bij de directeur op straf moeten gaan zitten. Ze treuzelt niet in de gang en komt snel terug als ze naar het toilet is geweest. Ze knutselt graag. En deze week is ze een keertje uitgeroepen tot flinkste kindje. soms loopt ze op de speelplaats naar de juf om haar te knuffelen en zegt ze: “je bent de liefste juf”.

Voeten op de grond.

’t Is even wennen, zo’n oudercontact. Tuurlijk weet ik dat mijn kind geen superkind is. Tuurlijk heeft die mindere kanten. Maar een “vreemde” die mijn kind toch goed kent en heel nuchter en neutraal mijn kind evalueert, het is wennen.

Kleuter

Als ik naar de onderstaande foto kijk, dan denk ik:

Ze wordt groot. Net zoals niemand ziet dat je per week 400g afvalt, zo zie je zelf je kind niet groeien. Tot je naar een foto kijkt en ineens een andere blik ziet, de lijnen van haar gezicht die anders worden. Het peuter is er echt wel af, het is een (kleine) kleuter.

De schram is van Simon. Het zag er niet mooi uit toen het net gebeurd was. Anna was best wel onder de indruk van wat die grotere jongen had gedaan. In een eerste flits wilde ik Simon wel eens ferm mijn gedacht gaan zeggen. Maar dan besef je dat je helemaal niet weet wie er begon. Dat je niet weet wat eraan vooraf ging. Dat Simon “zijn vet” al had gekregen van de juf van toezicht. Dat Anna ook wel eens anderen duwt of slaat. Maar die eerste flits is er altijd één van “wie heeft het gewaagd om dat met mijn kind te doen!”

Mijn werk

mama, ga jij nog eens vertellen van X?

ja, hoor. Bij X is er een grote fabriek. en er werken veel meneren en ook een paar mevrouwen. Die meneren zijn heel sterk en moeten veel werken. Mama zorgt ervoor dat de meneren centjes krijgen. Want als je werkt dan krijg je centjes. Mama moet veel telefoneren en op de computer werken en op papiertjes schrijven.

wat doen die meneren?

De meneren doen kleine plastiek korreltjes in de fabriek en ze maken die korreltjes heel warm. En dan worden die korreltjes plastiek en moeten de meneren ze in stukjes snijden.

ga jij nog eens vertellen van jouw baas?

ga jij nog eens vertellen van je vriendin?

in welke straat is X?

mag ik ook mee naarX?

waar werkt papa?

Ik ga ook naar mijn werk. Mijn werk is op school en mijn baas is juf Sophie. Wat doe jij dan op je werk? Spelen, hé, mama.