Vrouwen en hun schoenen: deel 2

En toen gingen oma en tante Lien op vakantie naar Spanje. Al vooraf zei oma – met pretlichtjes in haar ogen-: “En ik breng haar van die kleine, Spaanse schoentjes mee.” Ja, beste, lezers, van die kleine hakschoentjes die ik als klein meisje nooit gekregen heb. Net zoals de Barbiekleren uit de catalogus van 3Suisses, die ik ook niet kreeg, ZELFS NIET NA JAREN ZAGEN, maar dat is een ander verhaal.

Zo gezegd, zo gedaan. Na een weekje kreeg ik een gebruinde zus en moeder én een klein schoendoosje. Anna’s ogen vielen bijna uit hun kassen; hoohakschoenen voor kindjes! Ik moet u niet vertellen dat het kind de hele dag de schoenen niet meer heeft uitgedaan.

Ik heb diezelfde avond nog verteld dat de hoohakschoenen niet bij de andere schoenen in het rek horen, maar in de verkleedmand. En dat ze de hoohakschoenen alleen thuis mag dragen.

 De hoohakschoenen hebben het “het pretwijf” in Anna wakker gemaakt. “Pretten” zijn gesten, madammenmanieren. Ze slaat met een air haar beentjes over elkaar en trekt een ernstig gezicht. Ze klakt met haar hakken zoals alleen een pretwijveke kan klakken. Ze kijkt over haar rug naar haar voeten. Ze is een vrouw in het diepst van haar gedachten.

 

Ps De papa was helemaal niet enthousiast. Hij vond het een beetje vulgair, zo’n kleuter met hoge hakken. Net zoals mijn papa het ook niet kon hebben dat ik met mijn moeders schoenen rondliep. Net zoals de man van mijn collega het niet kan hebben dat hun 6-jarige dochter zich schminkt (thuis, met kinderschmink, met glitters enal). Willen die mannen de mini-vrouw in hun dochtertje (nog) niet zien?

Vrouwen en hun schoenen: deel 1

Het was weer een zoektocht dit jaar, leuke en betaalbare zomerschoentjes voor Anna. Ik ontdekte Het schoenfabriekje in Drongen. Chaos, overal grabbelende wijven, stapels dozen, maar ik vond er goedkope maar degelijke schoentjes.

Het model is zeer klassiek en de kleur ook. Het zijn schoentjes die ik 30 jaar geleden ook zou kunnen gedragen hebben.

Wij noemen het thuis “de prinsessenschoenen”.

De donder en de bliksem

Ik ben echt nooitvanzeleven bang geweest van onweer. Ik vind onweer de max. In één van mijn jeugdherinneringen staan mijn papa, mijn broer en ik op een zomerse avond in het deurgat. Net niet in de regen, naar buiten te kijken naar de bliksems. Nog mooier zijn bliksems ’s nachts. Prachtig gewoon.

Ik wilde mijn dochter dat graag meegeven. En als moeder en vader niet bang zijn van onweer dan is het voor een kind ook evident dat dat niks is om bang voor te zijn.

Tot vorige week…ze kwam van school en er kwam in een grote gulp uit…dat de bliksem een trapje is en dat dat veel lawaai maakt en dat je huisje dan in brand staat…

 Dat had de juf haar nu niet moeten leren.

 

 

Net uit bad, luisteren naar de wolkjes die botsen.

Plankendael

Zondagmorgen, 9.16u, ontbijttafel.
“Wat gaan we doen vandaag? Ne keer naar het bos? Of wacht, als we nu eens naar Plankendael zouden gaan?”

Zondagmorgen, 10.04u, Gent-Sint-Pieters.
Vader gaat snel met de dochter naar perron 2. Moeder koopt 2 B-dagtrips. De NMBS-kerel begint nen uitleg over met de bus of met de boot en dat kost zoveel en dat zoveel en…

Zondagmorgen, 10.05u-10.06u, Gent-Sint-Pieters.
Moeder trekt ne sprint, neemt twee trappen tegelijk op de roltrap en loopt bijna tegen de trein. En ja, ik mag er nog net op. De trein, altijd een beetje reizen.

 

 

 

 

 

 

 

Zondagmorgen, zo rond 11u, Station Mechelen.
We vinden de bus niet en zien wel pijlen naar de boot. De boot dan maar. Veel toffer dan de bus.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zondagmiddag, vanaf 11.20u, Muizen, Domein
Zalig idee, naar Plankendael gaan. Ruimte, groen, leuke extra’s, speeltuinen,…


 

Mama’s flinke helper

Ooh, wat helpt ze graag mee in de keuken. Als er nog afwas staat, begint ze af te wassen met veel schuim. Als ik groenten sta te snijden, wil ze wel altijd eens proeven. Of moet ik een courgette-friet of wortel-friet maken. En als ik mij omdraai is, graait ze in de kom opgemaakt rauw gehakt. Er wordt gehuild als ze denkt dat ik de restjes cake-beslag ga opeten. Als ze kaas over de macaroni strooit, verdwijnt de helft in haar mond. Wat blinkt ze als ik zegt dat ze mama’s flinke helper is.

Ik vind het wel leuk zo. Zou ze het blijven doen? Wordt koken haar passie? Of misschien wel haar beroep?