Potje, pis en kak: deel 3

Samen met mijn moeder kocht ik Anna’s eerste onderbroekjes. Witjes met een kantachtige meisjesboord. En wit met roze bolletjes. En lichtgroen. En ook goede-kwaliteit-broekjes van Petit Bateau. ’s Anderendaags zou ik er echt aan beginnen: potjestraining. Waarom nog wachten?

Zaterdagochtend deed ik haar dus geen pamper aan, maar een onderbroekje. “Grote meisjes, die gaan op het potje als ze pipi en kaka moeten doen. Pampertjes zijn voor kleine meisjes, hé, Anna?” Ik voelde het, ze begreep het. “Potje, potje”, antwoordde ze.

Wij naar beneden. De pot kreeg een mooi, centraal plaatsje, zichtbaar vanuit zowat elke hoek van de living en de keuken. Het kon niet meer misgaan.

Na het ontbijt, besloot ze te kokkerellen. Ze maakte een tasje thee en riep me. Terwijl ik van gluglu deed, piste zij haar eerste broek vol. “Oei, Anna, wat is er gebeurd? Moet jij pipi doen?”  “Ja.” Ik nam een emmer en dweil en kuiste het plasje op. Ze ging even op het potje zitten, maar haar blaasje was leeg. Ze kreeg een nieuwe broek.

En nadien nog een. En nadien nog een. Even later nog een. En nog. En tenslotte nog een. En dan deed ik haar terug een pamper aan.

Serieus, jong, 6 broekjes op een uur of 2.

’t Zal voor nen andere keer zijn. Ze heeft nog een zee van tijd.